Article published in:
Norms and Usage in Language History, 1600–1900: A sociolinguistic and comparative perspective
Edited by Gijsbert Rutten, Rik Vosters and Wim Vandenbussche
[Advances in Historical Sociolinguistics 3] 2014
► pp. 73100
References

References

Aerschot, M. van
1807Nieuwe Nederduytsche spraek- en spel-konst. Turnhout: J.H. Le Tellier.Google Scholar
Ballieu, J.
1771Néderduytsche spel- en spraek-konst. Antwerp:J.E. Parys.Google Scholar
Bast, Liévin de & Jan-Frans de Laval
1805Algemeyne grond-regels der Neder-duydsche letter-konst. Ghent: Manuscript.Google Scholar
1806Verkorte nederduytsche letter-konst. Ghent: Manuscript.Google Scholar
Behaegel, Pieter
. [c 1825] Nederduytsche spraakkunst: Tweéde boekdeél. Bruges: C. De Moor.Google Scholar
. [c 1829] Nederduytsche spraakkunst: Derde boekdeél. Bruges: De Moor.Google Scholar
1817Nederduytsche spraekkunst: Eerste boekdeel. Bruges: Wed. De Moor en Zoon.Google Scholar
Belleghem, P.J. van & D. Waterschoot
[1773] Deure oft ingang tot de Nederduytsche taele. Bruges: Van Praet.Google Scholar
Bilt, Igor van de
2009Landkaartschrijvers en landverdelers: Adriaen Verwer (ca. 1655–1717), Adriaan Kluit (1735–1807) en de Nederlandse taalkunde van de achttiende eeuw. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus.Google Scholar
Boone, Annie
2000Le Paralléle de la grammaire des deux langues françoise et flamende de Jacques-François Van Geesdalle (1699). In J. de Clercq (ed.), Grammaire et enseignement du français 1500–1700, 335–347. Louvain: Peeters.Google Scholar
Boterdael, L. van
[1774] Gemakkelyke wyze om op korten tyd grooten voordgang te doen in de Nederduytsche spelkonst. Kortrijk: Joannes De Langhe.Google Scholar
Bouvaert, Godefridus
s.a. Verschyde gedigten: Eerste en tweede deel. Handschrift 211 en 212, Abdij Sint-Bernardus, Bornem. Hemiksem: Manuscript.
1712Ná-reden van den uijtschrijver aengaende de wijze van spellen voor het meestendeel in dit boek onderhauden. Verschyde gedigten en verschyde voorvallen en verschyden plaetsen gemaakt door den eerwe´rdigen pater Adrianus Cosyns. Hemiksem: Manuscript.Google Scholar
[
Cannaert, J.B.] 1823Iets over de Hollandsche tael, noch voor, noch tegen, latende elk dienaengaende vry en verlet als naer goedvinden, in eenige familiaire brieven: Eerste stukske. Ghent: A.B. Stéven.Google Scholar
Clercq, Jan de
2000La grammaire française de J. des Roches. In Piet Desmet (ed.), The history of linguistic and grammatical praxis, 131–171. Louvain: Peeters.Google Scholar
D[e] R[é], [P.J.]
[1820] Gronden der Nederlandsche spel- en taelkonst. Rousselare: David van Hee.Google Scholar
Daan, Jo & M.J. Francken
1972Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO): Aflevering 1. Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij.Google Scholar
Daele, F.D. Van
1805–1806Tyd-verdryf: Ondersoek op de Néder-duytsche spraek-konst. Gepubliceerd onder het pseudoniem “Vaelande van Ieper.” Vol. 1–2. [Ypres]: [De Varver].Google Scholar
Daems, Frans
2002Zoals wij zijn zo wordet gij: Is de werkwoordspelling logisch of etymologisch? In R. Haest (ed.), Communicatief bekeken: Liber amicorum Stijn Verrept, 42–54. Mechelen: Kluwer.Google Scholar
[
Dendermonde - Anon.] 1785Inleyding tot de grondregels der Vlaemsche spraek- en spelkonste. Dendermonde: Wed. J. Decaju.Google Scholar
Dibbets, G.R.W.
2003Een nieuw spoor van de Port-Royal-grammatica in Nederland. In G.R.W. Dibbets (ed.), Taal kundig geregeld: Een verzameling artikelen over Nederlandse grammatica’s en grammatici uit de zestiende, de zeventiende en de achttiende eeuw, 129–156. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus.Google Scholar
E.C.P. [Gilles De Witte]
1713Ontwerp van eene Nederduytsche Spraek-konst. Meenen: Theodorus vanden Eynden.Google Scholar
Foere, Leo de
1823Iets over de hollandsche tael, noch voor noch tegen, latende elk diesaengaende vry en onverlet, als naer goedvinden, in eenige familiaire brieven: Eerste stukske: Te Gend, uyt de Drukkery van A.B. Steven, op de koorn-merkt: November 1823. Le Spectateur Belge XXI.319–343.Google Scholar
Geesdalle, Jacques-François van
1700Le parallèle de la grammaire des deux langues Françoise & Flamende […] De vergelyking van de spraek-konste der twee talen de Fransche ende de Vlaemsche. Ghent: Maximilien Graet.Google Scholar
Genabeth, Petrus van
1820Beginselen der Nederduitsche taal ten dienste der lagere scholen. Bruges: Bogaert / Du Mortier.Google Scholar
[Gent - Anon.]
1770Woorden-schat ofte Letterkonste. Ghent: Wed. Michiel de Goesin.Google Scholar
Gledhill, John Michael
1973Aspects of the development of Dutch consonantal spelling: On the evidence of grammarians, lexicographers, and the principal variants of printed books, from Middle Dutch to the present day. London: University of London.Google Scholar
Goossens, Jan, Johan Taeldeman & Geert Verleyen
1998Fonologische atlas van de Nederlandse dialecten: Deel I. Ghent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde.Google Scholar
Gyselynck, Charles Louis
1819Nieuwe grond-beginselen der Vlaemsche tael, geschikt na de beste Nederduytsche taelmeesters. Ghent: J. Begyn.Google Scholar
Hellinga, Wytze Gs
1938De opbouw van de algemeen beschaafde uitspraak van het Nederlands. Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgeversmaatschapij.Google Scholar
Henckel, Frans Lodewijk N.
1815Nieuwe Vlaemsche spraek-konst. Ghent: P.F de Goesin-Verhaege.Google Scholar
Hoogstraten, David van
1700Aenmerkingen over de geslachten der zelfstandige naemwoorden. Amsterdam: François Halma.Google Scholar
Janssens, Balduinus
[1775] Verbeterde Vlaemsche spraek- en spel-konste. Bruges: Joseph De Busscher.Google Scholar
Kluit, Adriaan
1763Eerste vertoog over de tegenwoordige spelling der Nederduitsche taal, vergeleken met de spelling der ouden, en uit dezelve ene soort van evenredigheit opgemaakt. In: Nieuwe bijdragen tot opbouw der Vaderlandsche Letterkunde: Eerste deel, 281–352. Leiden: Pieter vander Eyk.Google Scholar
[
Laukens, J.] 1818Eerste beginselen der Nederduitsche spraakkunst. Maaseik: J.J. Titeux.Google Scholar
Leupenius, Petrus
1653Aanmerkingen op de Neederduitsche taale. Amsterdam: [Hendryk Donker]. Ed. W.J.H. Caron (1958). Groningen: Wolters.Google Scholar
[
Lier - Anon.] [1774] Nieuwe spel-konst. Lier: A.G. Verhoeven.Google Scholar
[
Lier - Anon.] [1792] Grond-regels der Nederduytsche spel-konst. Lier: J.H. Le Tellier.Google Scholar
Loon, Jozef van
1986Historische fonologie van het Nederlands. Leuven & Amersfoort: Acco.Google Scholar
[
Mechelen - Anon.] 1817Grond-regels der Nederduytsche spel-konst. Mechelen: P.J. Hanicq.Google Scholar
Moke, Jean-Jacques
1823Nederduitsche spraakkunst, naar het Hollandsch, ten bijzonderen gebruike der Vlaamsch-sprekenden. Gent: J.-N. Houdin.Google Scholar
Mol, G.M.A. de
1820Nederduitsche spraakkunst, getrokken uit die van den heer Weiland, voor het gemak der leerlingen, bij vragen en antwoorden opgesteld. Kortryk: Beyaert-Feys.Google Scholar
Moonen, Arnold
1706Nederduitsche spraekkunst. Amsterdam: François Halma. Ed. F.A.M. Schaars. S.l.: Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.Google Scholar
Narvaja de Arnoux, Elvira & José Del Valle
2010Las representaciones ideológicas del lenguaje. Discurso glotopolítico y panhispanismo. Spanish in Context 7.1–24. CrossrefGoogle Scholar
Neckere, Philips Jaques de
1815Bewerp van Vlaemsche spelling, gevolgd van eenen oogopslag op de nederlandsche dichtkunst. Ypres: J.B. Smaelen-Moerman.Google Scholar
Noordegraaf, Jan
1985Norm, geest en geschiedenis: Nederlandse taalkunde in de negentiende eeuw. Dordrecht: Foris.Google Scholar
P.B
1757Fondamenten ofte Grond-Regels der Neder-Duytsche Spel-Konst. Antwerp: Hubertus Bincken.Google Scholar
Palm, K. van der
1769Nederduitsche spraekkunst, voor de jeugdt. Vol. 1–4. Rotterdam: Reinier Arrenberg.Google Scholar
Restaut, Pierre
1730Principes généraux et raisonnés de la grammaire françoise. Paris: Le Gras.Google Scholar
Roches, Jan Des
[1761] Nieuwe Nederduytsche spraek-konst: Derden druk, oversien en verbetert doór den Autheur. Antwerp: Grangé. Ed. J.M. van der Horst (2007). Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus.Google Scholar
Rotthier, Isabel
2007“In the picture”: Een bronnencorpus / beeldbank van juridische teksten uit de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Handelingen van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis 60.131–149.Google Scholar
[
Rousselaere - Anon.] 1818Néderduytsche déclinatien en conjugatien, volgens de vlaemsche en hollandsche spelling. Rousselaere: Beyaert-Feys.Google Scholar
Rutten, Gijsbert
2011Een nieuwe Nederduitse spraakkunst: Taalnormen en schrijfpraktijken in de Zuidelijke Nederlanden in de achttiende eeuw. With the cooperation of Rik Vosters. Brussels: VUB-Press.Google Scholar
Rutten, Gijsbert & Rik Vosters
2010Spellingsnormen in het Zuiden: Standaardisatie van het geschreven Nederlands in de achttiende en negentiende eeuw. In Marijke J. van der Wal (ed.), Standaardtalen in beweging, 27–48. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus.Google Scholar
Siegenbeek, Matthijs
1804Verhandeling over de Nederduitsche spelling, ter bevordering van eenparigheid in dezelve. Amsterdam: Allart.Google Scholar
Silverstein, Michael
1985Language and the culture of gender: At the intersection of structure, usage and ideology. In Elizabeth Mertz (ed.), Semiotic mediation, 219-259. Orlando: Academic Press. CrossrefGoogle Scholar
Simpel, David de
[1827] Taalkundige tweespraak. Ypres: F.-L. Smaelen.Google Scholar
Smeyers, Jozef
1959Vlaams taal- en volksbewustzijn in het Zuidnederlands geestesleven van de 18de eeuw. Ghent: Secretarie der Academie.Google Scholar
[
Snoeijmes - Anon.] [1750-1760] Snoeijmes der Vlaemsche Tale. Manuscript.Google Scholar
[
Spiegel, H.L.] 1584Twe-spraack vande Nederduitsche Letterkunst. Leiden: Christoffel Plantyn.Google Scholar
Stéven, Andries
1714Nieuwen Néderlandschen Voorschrift-boek. Ypres: Moerman.Google Scholar
Ten Kate, Lambert
1723Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Amsterdam: Rudolph en Gerard Wetstein. Ed. J. Noordegraaf & M. van der Wal (2001). Alphen aan den Rijn: Canaletto.Google Scholar
Ter Bruggen, Joannes Abraham
1815Nederduytsche spraek-konst ten gebruyke der schoólen. Antwerp: J.S. Schoesetters.Google Scholar
1819Kort begryp der Nederduytsche spraek-konst. Antwerp: J.S. Schoesetters.Google Scholar
Vandenbussche, Wim
2006A rough guide to German research on “Arbeitersprache” during the 19th century. In Hana Andrásová (ed.), Germanistik genießen: Gedenkschrift für Doc. Dr. phil. Hildegard Boková, 439–458. Vienna: Edition Praesens.Google Scholar
Vander Maas, J.P.
[1827] Eerste beginselen der Nederduitsche taal, ten gebruike der lagere scholen. Bruges: Bogaert-Dumortier.Google Scholar
Velde, Isaac van der
1956De tragedie der werkwoordsvormen. Groningen / Jakarta: Wolters.Google Scholar
Verpoorten, J.D.
1752Woorden-schat oft letter-konst. Antwerp: A.J. du Caju.Google Scholar
1759Woorden-schat oft letter-konst. Antwerp: Gerardus Berbie.Google Scholar
Verwer, Adriaen
1707Linguae Belgicae idea grammatica, poëtica, rhetorica. Amsterdam: Franciscus Halma. Ed. in I. van de Bilt (2005). Taalkundige geschriften. Met de Letterkonstige, dichtkonstige en redenkonstige schetse van de Nederduitsche tale, uit het Latijn vertaald door Adriaan Kluit en taalkundige brieven van Willem Séwel en Arnold Moonen. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus.Google Scholar
Vosters, Rik
2009Integrationisten en particularisten? Taalstrijd in Vlaanderen tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815–1830). Handelingen van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis LXII.41–58.Google Scholar
2011Taalgebruik, taalnormen en taalbeschouwing in Vlaanderen tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden: Een historisch-sociolinguïstische verkenning van vroeg-negentiende-eeuws Zuidelijk Nederlands. PhD dissertation Vrije Universiteit Brussel.Google Scholar
Vosters, Rik & Gijsbert Rutten
2011“Iets over de Hollandsche tael, noch voor, noch tegen”? In Rik Vosters (ed.), Taal, natievorming en cultuurbeleid onder Willem I, 201–225.Brussels: Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.Google Scholar
2013Snoeijmes der Vlaemsche Tale: Een anonieme tekst over taalkunde uit de achttiende eeuw. Ed. Rik Vosters & Gijsbert Rutten.Ghent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.Google Scholar
Vosters, Rik, Gijsbert Rutten & Marijke Van der Wal
2010Mythes op de pijnbank: Naar een herwaardering van de taalsituatie in de Nederlanden in de achttiende en negentiende eeuw. Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 120.93–112.Google Scholar
W.D.T
1823. Zamenzigtige en vergelijkende tafereelen der Vlaamsche en Hollandsche uitspraken: Tableaux synoptiques et comparatifs des dialectes flamand et hollandais. Brussels: Demanet.Google Scholar
Weiland, Petrus
1805Nederduitsche Spraakkunst. Amsterdam: J. Allart.Google Scholar
Willems, Jan Frans
1824Over de Hollandsche en Vlaemsche schryfwyzen van het Nederduitsch. Antwerp: Wed. J.S. Schoesetters.Google Scholar
Willemyns, Roland
2013Dutch: biography of a language. Oxford: Oxford University Press.Google Scholar
Woolard, Kathryn A.
2008Why dat now? Linguistic-anthropological contributions to the explanation of sociolinguistic icons and change. Journal of Sociolinguistics 12.432–452. CrossrefGoogle Scholar